Bayon stijl: ANGKOR THOM


Stijl van Bayon, 1177-1230

REGERINGSPERIODE: Jayavarman VII (1181-1219) is niet alleen de interessantste, maar ook de belangrijkste Khmerkoning. Toen zijn vader Suriyavarman II stierf, was hij op veldtocht in Champa. Hoewel hij de rechtmatige troonpretendent was, werd hij gepasseerd, waarna hij zich terugtrok in Kompong Svay. Toen er in 1166 een opstand tegen zijn halfbroer uitbrak, kwam hij te laat om diens leven te redden en moest hij de troon weer achterlaten in handen van een usurpator.
De Cham hebben tweemaal vergeefs geprobeerd om Angkor over land te veroveren. In 1177 kwamen zij echter op vlotten over de Mekong en de Tonle Sap, veroverden en verwoestten de stad en staken de tempels in brand. De koning was in de strijd gesneuveld. Hierop rukte Jayavarman naar Angkor op, vernietigde de vloot en verdreef de Cham. Hij liet deze slag op een reliëf in de Bayontempel vereeuwigen. Hij trok op tegen Dai Viet en stootte door tot Birma en Vientiane in Laos. Zijn rijk was vermoedelijk nog groter dan dat van zijn vader Suriyavarman II. In 1181 besteeg hij op bijna 60-jarige leeftijd als Jayavarman VII de troon. Voordat hij wraak kon nemen op de Champa, van wie hij de hoofdstad verwoestte en het land bezette, moest hij het land verdedigen tegen rebellen in het zuiden. Tweemaal heeft hij zonder verzet zijn troon opgegeven. Over de reden daarvan wordt druk gespeculeerd, zonder dat er iets te bewijzen valt. Had hij lepra en bekeerde hij zich na een wonderbaarlijke genezing tot het boeddhisme? Of was hij al een vroom boeddhist en wilde hij geen bloed vergieten? Een inscriptie vermeldt alleen dat hij terugkeerde om het land te redden.
In Angkor was na Suriyavarman II een lange periode van politiek en cultureel verval ingetreden. Is Jayavarman VII zich hiervan bewust geweest en heeft hij wellicht geprobeerd dit proces te stoppen? De opkomst van de god-koningen was enerzijds gebaseerd op het hindoeïsme, met name op het shivaïsme, anderzijds op de symbolische vereniging van de god en de koning in de linga, de fallus van de scheppende god. Dit laatste concept kwam voort uit de pre-hindoeïstische vruchtbaarheidscultus van de boerensamenleving. De boeren vereerden menhirs als symbool van hun gestorven opperhoofden, die volgens hen over de akkers en de visvangst waakten.
Deze symbolische symbiose komt in geen enkele andere religie voor, ook niet in het visjnoeïsme. Vandaar dat de Khmerheersers telkens weer naar het shivaïsme terugkeerden. In de eeuwen dat ze aan de macht waren geweest, hadden de god-koningen uitsluitend veroveringstochten buiten hun eigen land ondernomen en waren ze nooit geconfronteerd met een buitenlandse aanval op hun eigen machtscentrum. Toen de Cham in Angkor verschenen en de tempel van de god-koning in bezit namen, moet het geloof van de Khmer in de onfeilbaarheid van de vergoddelijkte koning zijn gebroken, te meer omdat het volk zich toen al tot het boeddhisme had bekeerd.
Heeft Jayavarman VII in een laatste bovenmenselijke poging getracht om het god-koninkrijk en daarmee het hele rijk te redden? Feit is dat deze vrome boeddhist het god-koninkrijk niet afzwoer. Hij liet het hindoeïstische ritueel ongewijzigd en liet zich vereren als de incarnatie van bodhisattva Avalokiteshvara, in Cambodja Lokiteshvara genoemd. Met koortsachtige haast bouwde hij de door de Cham verwoeste hindoetempels weer op, wellicht om daarmee de macht van de koning nieuw leven in te blazen. De huidige Angkor Wat is het resultaat van zijn restauratiewerk. Vervolgens begon hij, met de rusteloze haast die aan al zijn bouwwerken is af te zien, een stadsmuur rond zijn hoofdstad Angkor Thom te bouwen. Maar daar liet hij het niet hij. Hij bouwde ook poorten, tempels en terrassen: op elke open plek verrezen de heiligdommen en kloosters van het nieuwe geloof, waar tevens zijn vergoddelijkte voorouders werden vereerd.
Toen zijn regeringsperiode ten einde liep, had hij meer tempels gebouwd dan alle andere heersers vóór hem bij elkaar. De steengroeven bij Phnom Kulen waren uitgeput. Hij moest zich tevreden stellen met steen van mindere kwaliteit en verwerkte ook stenen uit verwoeste tempels, wat in de Indiase traditie ondenkbaar zou zijn geweest.
Angkor Thom ontstond op de lokatie van de hoofdstad van Udayadityavarman II, wiens hoofdtempel. de Baphuon, bewaard is gebleven. Jayavarman VII legde nog een meer (baray) aan van 4 km lang en 200 m breed.
In het hele land stichtte hij kloosters, ziekenhuizen, rusthuizen en herbergen, die hij goed onderhield. Vanuit de hoofdstad liepen wegen in alle vier de windrichtingen; ook de tempels waren via wegen en kanalen met elkaar verbonden. Zijn vrome, ontwikkelde hoofdvrouw Jayadevi ondersteunde hem. Zij gaf in de kloosters les in de leer van Boeddha, een taak die de koning na haar dood toevertrouwde aan haar zuster.
Stèles en inscripties in tempels maken gewag van zijn werken. Over zijn regeringsperiode en zijn persoon is meer bekend dan over enige andere god-koning. Ook liet hij zijn gedachten in steen beitelen: 'Het leed dat de mens overkomt wordt bij hem, de koning, het leed van de ziel, en dit leed is des te schrijnender omdat het de pijn van het volk is die de koning leed berokkent, en niet zijn eigen pijn.' Toch is zijn leven grotendeels in nevelen gehuld en is zijn persoonlijkheid ontoegankelijk en ondoorgrondelijk. Zijn geboortedatum is onbekend, zijn sterfdatum moet ergens tussen 1202 en 1218 liggen.
Sommigen vermoeden dat zijn rusteloze drang tot bouwen moet worden verklaard uit zijn doodsangst en de behoefte om zijn ziel te redden, maar dat doet geen recht aan deze grote Kmerheerser.
Het is waarschijnlijker en meer in overeenstemming met zijn grote geest dat hij door zijn bekering tot het volksgeloof het rijk en de macht van de koningen wilde redden. Hoe valt anders te verklaren dat de leer van Boeddha de legitimatie werd van het god-koninkrijk en Boeddha's oproep tot ascese werd aangegrepen om de macht te behouden?
Stellen de gezichtstorens van zijn tempels en poorten het gelaat van de bodhisattva voor of heeft de koning zijn eigen gezicht in honderdvoud laten vereeuwigen? Probeerde hij in dode steen zijn eigen leven en dat van zijn voorouders te bewaren?
In de Preah Khan in Kompong Svay en de Krol Romeas in Angkor zijn twee stenen hoofden gevonden, die de koning als 50-jarige uitbeelden. Zijn ernstige gelaatstrekken worden uiteenlopend geïnterpreteerd. Ze zouden een onwereldse geleerdheid of kracht en wilskracht uitdrukken, getuigen van goedheid of hardheid, een bewijs zijn van eerzucht of van arrogantie.
Zijn de ogen verzonken in meditatie of spreekt er waanzin uit? Was de koning een mysticus of een machtswellusteling? Hij wilde geen afstand doen van het god-koninkrijk en weigerde de hindoerituelen aan te passen. De boeddhistische filosofie werd vermengd met hindoeïstische mythen.
De Visjnoelegende, waarin goden en demonen de zee van melk karnen, is het telkens terugkerende thema in Angkor Thom en de Bayontempel in het centrum van de stad.
lndravarman II, zijn zoon, regeerde van ongeveer 1219 tot 1243. Jayavarman VIII (1243-1295) was wellicht zijn kleinzoon. Van alle Khmerkoningen heeft hij het langst geregeerd. Beiden hebben zich noch als heerser, noch als bouwmeester onderscheiden. Zij keerden terug tot het shivaïsme; onder hen verwierven brahmanen uit India grote invloed aan het hof van Angkor. In de tempels werd een groot aantal hoofden van beelden en reliëfs verwoest; boeddha's werden vervangen door hindoeïstische goden.
Beide koningen konden de groeiende maeht van Siam niet stuiten. Vanwege de steeds heftiger aanvallen van de Siamezen raakten de waterwegen en rijkdom van Angkor in verval. Het hindoeïsme van de koningen was een anachronisme geworden; het volk was al lang overgegaan op het theravadaboeddhisme.
In inscripties worden vijf koningen als opvolger van Jayavarman VII vermeld. Daarna begint de Cambodjaanse kroniek van de koningen, die aanvankelijk mondeling werd overgedragen en veel later ook op schrift is gesteld.

RELIGIE: Jayavarman VII was boeddhist en zocht een synthese tussen het god-koninkrijk en het mahayanaboeddhisme. Zijn opvolgers keerden terug tot het shivaïsme. Indiase brahmanen hadden grote invloed aan het hof. Het volk hing het theravada-boeddhisme aan, de 'Leer van de Ouden', die is gebaseerd op het hinayanaboeddhisme.

STIJLVOORBEELDEN: voltooiing van de Preah Khan in Kompong Svay, restauratie van de Angkor Wat en andere tempels, Banteay Kdei, Ta Prohm, Preah Khan, Neak Pean, Ta Nei, Ta Som, Krol Ko, Banteay Chhmar, Angkor Thom met vijf torens, de Bayontempel, terrassen en een deel van het paleis.

STIJLKENMERKEN: de vroege gebouwen zijn nog in de stijl van Angkor Wat gerestaureerd. De bouwstijl van Jayavarman VII kan worden gekenschetst als symbolisme of monumentaal-symbolisme. Nieuw zijn de grote kloostercomplexen voor boeddhistische monniken, waar tevens de voorouders van de koning werden vereerd.
De nieuwe religie leidde tot veranderingen in de iconografie. Naast een overvloed aan boeddhistisehe thema's werden ook geregeld hindoeïstische legenden uitgebeeld, zoals het bekende motief van de Visjnoelegende: goden en demonen karnen de zee van melk om amrita te winnen, het elixer voor het eeuwige leven.
De naga, de slangenkoningin uit de pre-hindoeïstische mythologie en symbool van de regenboog, slaat de brug die van het water naar de hemel voert. Het tweede steeds terugkerende en geheel nieuwe motief is dat van de gezichtstorens.
De afwerking van de vroege bouwwerken van Jayavarman VII is bijzonder verzorgd. In latere gebouwen is de uitvoering slordiger; de beeldhouwers, die steeds meer beelden moesten maken, kwamen blijkbaar tijd te kort. De zuiltjes van de deurposten werden niet meer apart gemaakt, maar evenals de blinde vensters direct uit steen gehouwen, zodat de laatste gebouwen een tamelijk lompe en onverzorgde indruk maken.
De periode van de Angkoriaanse en post-Angkoriaanse kunst komt met Jayavarman VII ten einde. Na hem zijn er geen belangrijke stenen tempels meer gebouwd.



(Klik op eender welke foto en je komt terecht in een fotoshow die de foto's van deze pagina weergeeft)


All pictures on this page are copyrighted.